ASSEN - Het Openbaar Ministerie (OM) in Noord-Nederland heeft tegen de drie verdachten van de kunstroof in het Drents Museum in Assen tot 5,5 jaar gevangenisstraf geëist. De hoogste straf vroegen de officieren van justitie voor een 35-jarige man uit Heerhugowaard. Tegen twee plaatsgenoten van hem, twee mannen van 21 en 37, eiste het OM celstraffen van 44 maanden. Met de laatste twee verdachten zijn procesafspraken gemaakt.
Door deze afspraken zijn drie van de vier gestolen gouden Roemeense kunstschatten teruggegeven: de helm van Cotofenesti en twee van de drie gestolen Dacische armbanden.
Enkel de verdachten
De drie mannen worden verdacht van een gewelddadige kunstroof in Assen op 25 januari 2025. Een roof met grote internationale, maatschappelijke en cultuur-historische impact. Bij de roof is met behulp van onder meer een zware vuurwerkbom ingebroken.
De officieren van justitie zijn van mening dat enkel de drie verdachten verantwoordelijk zijn voor de kunstroof. “Als vanzelfsprekend zijn andere scenario’s onderzocht en uitgelopen. Dat geldt ook voor scenario’s die in de media voorbij kwamen, zoals de betrokkenheid van motorbendes of een externe opdrachtgever. Daarvoor zijn echter geen bewijsmiddelen of concrete aanwijzingen gevonden.”
Overtuigend bewijs
Waarom het OM vindt dat de verdachten de kunstroof hebben bedacht en gepleegd is uitgebreid toegelicht in de rechtbank. Dit blijkt volgens de officieren van justitie uit diverse voorbereidingshandelingen. “Een voorverkenning, de diefstal van een vluchtauto en kentekenplaten, de huur van een verblijflocatie voor en na het delict, de aanschaf van burner telefoons, van werktuigen, van tas en kleding en de huur van een tweede vluchtauto.”
Ook is er volgens de officieren van justitie voldoende bewijs dat de drie verdachten de roof zelf hebben gepleegd. “Dat volgt uit camerabeelden, een uitvoerig sporenbeeld bestaande uit DNA-sporen, glasresten en zelfs een goudfragment. Die aanwezigheid in het museum volgt ook zonder enige twijfel uit de uitlatingen die de jongste verdachte deed tegen undercoveragenten en van de 35-jarige verdachte (red.) in een opgenomen videobestand.”
Undercovertraject
Na de kunstroof startte een grootschalig rechercheonderzoek dat twee hoofddoelstellingen had: het terugvinden van de kunstschatten en daarnaast het opsporen en vervolgen van de mogelijke daders. Daarbij is nauw samengewerkt met Roemeense instanties in een Joint Investigation Team.
Mede gezien de grote maatschappelijke impact is in dit onderzoek gebruik gemaakt van vergaande opsporingsberichtgeving, een urgent veiligheidsverhoor en een undercovertraject op de jongste verdachte. De officieren van justitie zijn van mening dat de inzet van deze bijzondere opsporingsmiddelen rechtmatig is geweest. “Zo is er bij het undercovertraject geen sprake geweest van onrechtmatige misleiding, (be)dreiging of druk. (…) De bevindingen die voortkomen uit het undercovertraject kunnen mede daarom voor het bewijs worden gebruikt.”
Opsporingsberichtgeving
De foto’s van de twee oudste verdachten zijn in dit onderzoek met naam en toenaam getoond in onder meer het TV-programma ‘Opsporing Verzocht’. Dit terwijl zij al aangehouden waren en vastzaten. Deze beslissing is niet lichtvaardig genomen. Het OM heeft hierin een zorgvuldige afweging gemaakt. Daarbij zijn de volgende vragen beantwoord: of het tonen van de verdachten voldoet aan de regels, of deze inzet proportioneel is en of er geen ander middel ingezet kon worden.
Het OM is van oordeel dat de ernst en de impact van de door de verdachten gepleegde strafbare feiten in verhouding staat tot het tonen van hun foto’s. Ook was er in hun ogen op dat moment geen ander middel mogelijk. Eén van de twee hoofddoelen van het onderzoek was immers het snel terugvinden van de kunstschatten. Aangezien de verdachten niet bereid waren te vertellen waar de kunstschatten zich bevonden, heet het OM zich genoodzaakt gezien deze beslissing te nemen.
Procesafspraken
Omdat de kunstschatten nog niet gevonden waren, heeft het OM in oktober 2025 het initiatief genomen om met de verdediging het maken van eventuele procesafspraken te verkennen. “Het verkennen daarvan was een lange, intensieve en complexe weg. Een pad dat het OM samen met de verdediging heeft bewandeld. Dit heeft geleid tot procesafspraken met twee van de drie verdachten.”
De belangrijkste voorwaarde van de procesafspraken is dat de kunstschatten voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de zaak terug moesten zijn. Dat niet alle kunstschatten terug zijn en er toch afspraken liggen heeft ermee te maken dat de officieren van justitie ervan overtuigd zijn dat het niet in de macht van deze twee verdachten heeft gelegen om de derde armband terug te geven. “Dit betekent overigens niet dat de zoektocht ernaar stopt. Die gaat door.”
Strafeis
Het OM acht in beginsel voor alle verdachten een celstraf van zes jaar passend en geboden. Vanwege het in een eerder stadium tonen van de beelden en het noemen van de namen van twee van de drie verdachten is het OM van mening dat, hoewel rechtmatig, de privacy van de getoonde verdachten is geschonden. “Het OM begrijpt dat de genoemde inzet, die van uitzonderlijke en bijzondere aard is, een aanzienlijke inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer.”
Dat betekent dat voor de getoonde verdachten een celstraf van 66 maanden passend en geboden wordt geacht. De jongste verdachte is niet, terwijl hij vastzat, met naam en toenaam getoond. Wel zorgt de leeftijd van deze verdachte en zijn blanco strafblad ervoor dat het OM voor hem ook een celstraf van 66 maanden zou hebben geëist.
Vanwege de gemaakte procesafspraken met twee van de drie verdachten krijgen deze twee mannen een strafkorting van 1/3 op de strafeis. Dat betekent dat het OM tegen hen een gevangenisstraf van 44 maanden eist. Tegen de verdachte waarmee geen afspraken zijn gemaakt blijft de strafeis van 66 maanden staan.
Hoger beroep en schadevergoeding
Aangezien een groot deel van de kunstschatten is teruggegeven en het in ieder geval bij twee van de drie verdachten niet in hun macht ligt om de derde armband terug te geven, ziet het OM in het strafproces geen reden om geld te ontnemen van de verdachten. Daarnaast heeft het Drents Museum toegezegd om geen vordering tot schadevergoeding in te dienen. Ook zal er geen hoger beroep worden ingesteld door de bij de procesafspraken betrokken partijen, indien de rechtbank niet meer dan drie maanden afwijkt van de overeengekomen eis.
Waar waren de kunstschatten
De meest gestelde vragen aan het OM zijn hoe de kunstschatten teruggegeven zijn en waar de kunstschatten toch al die tijd waren. Die vragen zullen wat het OM betreft onbeantwoord blijven. Enerzijds omdat het OM niet weet waar de kunstschatten al die tijd zijn geweest. “Anderzijds vanwege de vertrouwelijkheid van de gevoerde gesprekken en onderhandelingen kunnen wij hier niet over uitweiden”, zeggen de officieren van justitie in de rechtbank in Assen. “Wij gaan niet vertellen wie welk deel van de kunstschatten heeft overhandigd en waar dat is geweest. Het OM heeft integriteit voorop staan en daarom zullen wij de vertrouwelijkheid en geheimhouding niet schenden.”

9.1 ℃























































































