NOORD-HOLLAND - De gevreesde prijsstijging voor het openbaar vervoer van 11,72% is definitief van de baan.


Half oktober stemde de Tweede Kamer in met de motie van kamerlid Miriam Bikker (CU). Hierdoor komt vanaf 2024 structureel € 300 miljoen extra beschikbaar voor het regionale openbaar vervoer. Het bedrag is bedoeld om het regionale openbaar vervoer betaalbaar en op hetzelfde niveau te houden en niet verder te schrappen in de dienstregeling. De NS ontvangt dankzij de aangenomen motie eenmalig € 120 miljoen om een prijsstijging voor de treinreizigers in 2024 te voorkomen.

Gedeputeerde Jeroen Olthof: “Dit is heel goed nieuws voor alle Noord-Hollanders die het openbaar vervoer nodig hebben om bij familie op bezoek te gaan of om bij voorzieningen, hun werk of hun onderwijsinstelling te komen. Goed en betaalbaar openbaar vervoer is daarbij cruciaal. Zo houden we Nederland, en dus ook de provincie Noord-Holland, nu en in de toekomst bereikbaar en leefbaar.”

Hogere kosten

Ongeveer de helft van de € 300 miljoen wordt gebruikt om de vervoerbedrijven te compenseren. Zij hebben te maken met flink hogere kosten onder andere vanwege de stijging van de lonen en brandstofprijzen en de hoge inflatie. Gedeputeerde Jeroen Olthof: “Om die hoge kosten op te vangen was een bijdrage vanuit het Rijk echt noodzakelijk, want in Noord-Holland stond het water ons inmiddels aan de lippen. Gelukkig is die bijdrage er nu gekomen en gaat de extreme prijsstijging niet door.”

Dienstregeling in stand houden

De andere helft van de € 300 miljoen is bedoeld om de volgende jaren niet verder in dienstregelingen te schrappen. In Noord-Holland kunnen door deze bijdrage in 2024 net zo veel bussen blijven rijden als dit jaar.

Gezamenlijk lobby

De provincie Noord-Holland is opdrachtgever voor het openbaar busvervoer in 3 gebieden in Noord-Holland. In deze 3 gebieden is Connexxion (Transdev) de vervoerder. De extra Rijksbijdrage aan het regionaal openbaar vervoer is het resultaat van een gezamenlijke lobby vanuit de decentrale overheden (zoals de provincie), consumentenorganisaties en OV bedrijven. Het succesvolle lobbywerk wordt gezien als een eerste belangrijke stap om het openbaar vervoer er weer bovenop te helpen.