Een terras met grote tegels oogt rustiger dan een terras met kleine tegels, simpelweg omdat er minder voeglijnen zijn. Toch is het formaat maar de helft van de keuze. Het materiaal bepaalt hoeveel onderhoud het terras vraagt en hoe het er over tien jaar bij ligt. Wie eerst bedenkt hoe het terras gebruikt gaat worden en daarna pas formaat en materiaal kiest, voorkomt dat er na één seizoen al spijt ontstaat.
Waarom 60 bij 60 centimeter zo veel wordt gelegd
Het formaat 60 bij 60 centimeter is groot genoeg voor een rustig beeld en nog goed te verwerken zonder hulpmiddelen. Grotere platen zijn zwaar en breken sneller tijdens het leggen, zeker als je zonder hulp werkt. Daarom grijpen zowel doe-het-zelvers als hoveniers vaak naar dit formaat. Gespecialiseerde aanbieders zoals 123Sierbestrating voeren tuintegels 60x60 in zowel beton als keramiek, waardoor het formaat in vrijwel elke tuinstijl past.
Het formaat heeft ook een praktisch voordeel bij het ontwerpen. Met een vaste maat van 60 centimeter reken je eenvoudig uit hoeveel tegels er in een terras van bijvoorbeeld drie bij vier meter gaan. Stem je de terrasmaat af op hele tegels, dan scheelt dat zaagwerk en dus ook zaagverlies.
Het verschil tussen beton en keramiek zit in het onderhoud
Beton is doorgaans voordeliger, keramiek vraagt minder onderhoud. Beton is namelijk poreus. Daardoor trekt vocht erin en kunnen vlekken van bijvoorbeeld olie of bladresten achterblijven. Een betonterras blijft mooi als je het periodiek reinigt en eventueel laat impregneren, een behandeling die de poriën afsluit.
Keramiek is gebakken op hoge temperatuur en neemt daardoor nauwelijks water op. Vlekken trekken niet in het oppervlak en vorst krijgt veel minder kans om schade aan te richten, omdat er nauwelijks vocht in de tegel zit dat bij bevriezing kan uitzetten. Wie weinig tijd aan terrasonderhoud wil besteden, komt daarom al snel uit bij keramische tegels. Daar staat tegenover dat keramiek een vlakkere en stabielere ondergrond nodig heeft, omdat de tegels dunner en stijver zijn dan betontegels.
De ondergrond draagt het hele terras
Een grote tegel ligt zo vlak als de laag eronder. Ligt de fundering oneffen, dan gaat een tegel wiebelen op het hoogste punt. Bij belasting kan hij vervolgens scheuren, en vervangen betekent dan het terras deels openbreken. Een goede opbouw begint met uitgraven. Daarop komt een verdichte funderingslaag, met daarbovenop een vlak afgetrokken legbed, de laag waarin de tegels komen te liggen.
Afwatering hoort bij diezelfde voorbereiding. Leg het terras onder licht afschot, dat wil zeggen een flauwe helling van de gevel af. Het regenwater loopt dan van het terras af en blijft niet tegen de gevel of in plassen op de tegels staan. Blijft er wel water staan, dan kan dat bij vorst bevriezen en wordt het terras spiegelglad.
Voegen bepalen hoe lang het terras strak blijft
De voeg is het zwakke punt van elk terras, dus daar loont een bewuste keuze. Gewoon voegzand is goedkoop, maar spoelt bij stevige regen uit de voegen. In die open voegen krijgt onkruid vrij spel en moet je het zand regelmatig aanvullen. Polymeerzand, voegzand met een bindmiddel, is een alternatief dat na het natmaken uithardt. Het blijft op zijn plek en geeft onkruid aanzienlijk minder kans, al ligt de aanschafprijs hoger. Voor een terras dat jaren mee moet, is dat meestal een verstandige investering.
Eerst meten en plannen, dan bestellen
Een goede voorbereiding begint op papier. Meet het terras op en teken het legpatroon uit. Dan zie je meteen waar gezaagd moet worden. Bestel vervolgens een paar procent extra tegels voor zaagverlies en eventuele breuk; een losse nabestelling komt soms uit een andere productiepartij en kan dan licht afwijken in kleur. Wie formaat en materiaal vooraf op elkaar afstemt en ook de voeg bewust kiest, legt een terras dat niet alleen bij oplevering strak ligt, maar ook na jaren nog.

13.1 ℃





























































































